Belgisch Centrum voor Geleidehonden vzw

Informatienota voor vrijwilligers 

De vrijwilligerswet van 3 juli 2005 regelt het vrijwilligerswerk in heel België. De wet omschrijft wat vrijwilligerswerk precies inhoudt, wie vrijwilligerswerk mag doen en in welke organisaties. De wet betreffende de rechten en plichten van vrijwilligers regelt oa. het vrijwilligerswerk, de burgerlijke aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt bij het verrichten van vrijwilligerswerk, het uitvoeren van vrijwilligerswerk door uitkeringsgerechtigde vrijwilligers en voert een informatieplicht in, voorafgaandelijk door de vereniging aan de vrijwilliger te verstrekken.

Voor meer info kan je terecht op www.vlaanderenvrijwilligt.be onder de link wetgeving.

1. Informatieplicht

Het Belgisch Centrum voor Geleidehonden werd in 1990 opgericht vanuit een reële behoefte bij blinde en ernstig slechtziende personen aan professioneel opgeleide honden. Het leidt professioneel honden op. Tot op heden heeft het BCG een 55-tal honden afgeleverd. Deze geleidehonden zijn actief over heel België.

Onze belangrijkste doelstellingen zijn:

  • Het kweken en opleiden van honden tot blindengeleidehonden.
  • Visueel gehandicapte personen leren omgaan met hun geleidehond.
  • Blijvende nazorg verlenen aan de hond en de geleidehondgebruiker.

Het BCG is een vereniging zonder winstoogmerk (vzw), dwz een groep natuurlijke personen of rechtspersonen die een belangeloos doel nastreven. De leden van een vzw mogen geen stoffelijk voordeel genieten door de vzw. Zodra een gemeenschappelijk project gedefinieerd is, moeten in eerste instantie de statuten van de vzw worden opgesteld. Zij vormen de grondbeginselen van de organisatie van de vzw.

De vzw beschikt over een eigen rechtspersoonlijkheid die losstaat van die van haar leden. Dit betekent dat de vzw zelf rechten en plichten heeft. De leden beschikken over een beperkte aansprakelijkheid en verbinden hun eigen vermogen niet aan het lot van de vzw.

blonde labradorpup 8 maand met harnas

2. Verzekering en aansprakelijkheid

Het BCG vzw heeft  een overeenkomst  afgesloten  met de verzekeringsmaatschappij  AG Insurance, (polisnummer   03/99.550.868/03) met als voorwerp de verzekering van:

  • de burgerlijke aansprakelijkheid van het BCG vzw als rechtspersoon
  • de burgerlijke aansprakelijkheid voor  schade veroorzaakt door een  vrijwilliger aan derden en aan  de organisatie bij de uitvoering van het vrijwilligerswerk, behalve in geval van bedrog, zware fout of eerder gewoonlijk dan toevallig voorkomende lichte fout van de vrijwilliger
  • de  schade opgelopen door de vrijwilliger bij ongevallen tijdens de uitvoering van het vrijwilligerswerk. 

De afgesloten verzekeringen zijn geldig voor alle vrijwilligers van het BCG. Elke verzekering is aanvullend op de verzekering waarover de vrijwilliger zelf beschikt (bv. familiale polis, autoverzekering...). 

In sommige gevallen kan het zijn dat de vrijwilliger toch persoonlijk aansprakelijk gesteld wordt:

  • Hij maakt telkens dezelfde fout, ook al werd daar al vaker op gewezen, bijvoorbeeld: materiaal laten rondslingeren, instructies negeren, …
  • Hij maakt een zware fout, bijvoorbeeld: de vrijwilliger is dronken tijdens het vrijwilligerswerk en veroorzaakt daardoor schade.
  • Hij pleegt bedrog of maakt met opzet een fout, bijvoorbeeld diefstal

Strafrechtelijke aansprakelijkheid valt nooit onder immuniteit. Een voorbeeld: de schending van de geheimhoudingsplicht door vrijwilligers. Let op, het is niet aan de organisatie om te bepalen dat een vrijwilliger niet langer immuun is. Dat is een beslissing van de rechter.

 

blonde en zwarte labradorpups met de neus tegen elkaar

3. Onkostenvergoedingen

Het BCG vzw betaalt in principe geen onkostenvergoeding aan de vrijwilliger. Hierop zijn enkele uitzonderingen:

A. Verplaatsing

De verplaatsing naar de activiteit wordt niet vergoed.

Het BCG beschikt over verschillende voertuigen. Twee bestelwagens en de personenwagen worden hoofdzakelijk gebruikt door de instructeurs o.a. voor het trainen van de honden, tijdens de opleiding van de blinde personen, bij de bezoeken van de pleeggezinnen, bij de nazorg aan de geleidehondgebruikers,…

De derde camionette is een bus die hoofdzakelijk gebruikt wordt voor de dopjesactie. Deze kan op vraag ook gereserveerd worden voor grotere transporten bij activiteiten. 

In overleg en op afspraak met het secretariaat kunnen de BCG-voertuigen gereserveerd worden voor een vrijwilligersactiviteit.

Wanneer men in groep met het openbaar vervoer reist, worden de onkosten in de meeste gevallen gedeeld onder alle deelnemers. Bij door het BCG georganiseerde groepsreizen zoals bijvoorbeeld pleeggezinnendagen worden de kosten door het BCG betaald vanaf een bepaald punt.

Wist u dat ?

De meeste blinde of slechtziende personen beschikken over:

  • Een parkeerkaart: sommige gemeenten laten toe dat gehandicapten gratis parkeren. Het gebruik van een parkeerkaart is hierbij noodzakelijk. Deze kaart laat toe gratis en voor onbeperkte duur te parkeren op plaatsen waar de parkeertijd beperkt is of die voorbehouden zijn voor gehandicapte personen. Lees echter steeds de richtlijnen die vermeld worden op de betaalautomaten of parkeermeters om zeker te zijn dat de kaart kan gebruikt worden. Ook in betaalparkings is gratis parkeren niet steeds toegelaten.
  • Een nationale verminderingskaart voor het openbaar vervoer: hiermee kan de visueel gehandicapte gratis reizen met bus, metro, tram en trein (2de klasse). Dat geldt ook voor de geleidehond die aan de leiband wordt gehouden. Er is ook kosteloos vervoer voorzien voor de begeleider op het internationale spoorwegnet, op voorwaarde dat het biljet werd aangekocht in België.
  • Een begeleiderskaart van de "De Lijn": hiermee kan een visueel gehandicapte zich gratis laten begeleiden bij zijn verplaatsingen met de bussen of trams van "De Lijn".

Vraag steeds vooraf na welke de juiste regeling of mogelijkheid is aangezien deze regelgeving regelmatig wordt aangepast.

B. Consumpties

Bij het nemen van consumpties gaan we van het principe uit dat ieder zijn eigen verbruik betaalt tenzij anders aangegeven bij een evenement.

C. Evenementen

Deelname aan activiteiten en betaling van de toegangsprijs gebeurt volgens onderlinge afspraak. Meestal zorgt het BCG voor gratis of gereduceerde inkomkaarten. De verantwoordelijke van de activiteit kan je hieromtrent alle details vertellen.

Tijdens zelf georganiseerde evenementen voorziet het BCG bonnetjes voor de consumpties van de vrijwilligers.

D. Verkeersboetes

Boetes die gemaakt worden tijdens de uitoefening van het vrijwilligerswerk worden door de vrijwilliger zelf gedragen. Hij/zij is er immers zelf verantwoordelijk voor om zich aan de snelheidsbeperkingen en parkeerregels te houden.

Het BCG maakt hierop een uitzondering voor de dopjeschauffeurs. Hierbij wordt er gekeken naar de omstandigheden waarin de boete gemaakt werd.

 

zwarte labradorpup kijkt zijdelings

4. Beroepsgeheim

De vrijwilliger is gehouden tot het beroepsgeheim zoals bedoeld in artikel 458 van het Strafwetboek indien hij kennis draagt van geheimen die hem zijn toevertrouwd bij de uitoefening van zijn activiteit.

Volgens artikel 458 van het Strafwetboek.

"Geneesheren, heelkundigen, officieren van gezondheid, apothekers, vroedvrouwen en alle andere personen die uit hoofde van hun staat of beroep kennis dragen van geheimen die hun zijn toevertrouwd en deze bekendmaken buiten het geval dat zij geroepen worden om in rechte (of voor een parlementaire onderzoekscommissie) getuigenis af te leggen en buiten het geval dat de wet hen verplicht die geheimen bekend te maken, worden gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en met een geldboete van honderd tot vijfhonderd frank". 

De vermelding "alle andere personen" in de opsomming, kan dus ook op een vrijwilliger slaan in gevallen waar een vorm van geheimhouding verplicht is

De term "beroeps”‑geheim mogen we hier uiteraard niet al te letterlijk nemen. De vrijwilliger oefent immers geen "beroep" uit tijdens zijn vrijwilligerswerk. Toch kunnen we ook bij het uitoefenen van vrijwilligerswerk spreken van een vergelijkbare geheimhoudingsplicht. Vooral vrijwilligers die rechtstreeks contact hebben met blinde en slechtziende personen krijgen ermee te maken. Maar ook onder de vrijwilligers onderling is het beroepsgeheim een teken van respect en discretie.

Het beroepsgeheim van de vrijwilliger is een gedeeld geheim met de organisatie en met de beroepskracht d.w.z. dat alles wat van belang is voor de hulp of dienstverlening aan de verantwoordelijke van de organisatie moet overgemaakt worden. Uiteraard is de beroepskracht op haar beurt gebonden door het beroepsgeheim.

Onder beroepsgeheim vallen alle zaken die in vertrouwen worden meegedeeld of die in gesprekken ter sprake worden gebracht zoals:

  • Gezondheidstoestand: klachten, ziektes, handicaps;
  • De sociale en familiale toestand: onderlinge relaties, problemen met kinderen, familiekwesties;
  • De persoonlijke politieke, religieuze, filosofische of om het even welke overtuiging
  • Alle financiële kwesties: pensioeninkomen, bezittingen enz.;
  • Alle probleemtoestanden van sociale aard.

Ook alles wat niet wordt meegedeeld maar wel wordt meegemaakt, vernomen of opgemerkt wordt valt onder het beroepsgeheim: levensstandaard, behoeften, gedragingen, huishoudelijke toestanden...

Personen t.a.v. wie het beroepsgeheim geldt:

  • derden: je mag geen gebruik maken van bekomen gegevens tegenover derden b.v. vrienden...

Wanneer je als vrijwilliger nood hebt om je hart te luchten over de mensen waarmee je werkt, dan kun je altijd terecht bij de verantwoordelijke beroepskracht. Wanneer je zorgen en aanvoelen wilt delen met of toetsen aan de ervaringen van andere vrijwilligers, probeer hierbij dan op een goede manier feedback te geven d.w.z. dat je geen commentaar geeft over de persoon of de situatie, maar vooral vertelt wat het jou doet.

  • betrokken personen bv. wijzigingen aan een testament gaan melden aan familie; vermoedens van een relatie van de ene aan de andere partner meedelen...

Het beroepsgeheim geldt zowel tijdens als na het beëindigen van het vrijwilligerswerk, er bestaan echter een aantal plichten die het beroepsgeheim opheffen:

  • De wettelijke plicht tot aangifte van b.v. aanslag op het leven van de persoon, diefstal, vernieling, kindermishandeling.
  • Ondervraging als getuige: verschijnen voor de rechtbank en een getuigenverklaring afleggen.
  • De verplichting tot bijstand aan een persoon in nood b.v. kindermishandeling.

blonde labradorpup met blauw halsbandje

 

5. Vrijwilligerswerk door uitkeringsgerechtigden

A. uitkering van de RVA

Het gaat om:

  • volledige uitkeringsgerechtigde werklozen
  • deeltijdse werklozen, die een aanvullende uitkering ontvangen van de RVA
  • tijdelijk werklozen
  • werklozen met bedrijfstoeslag (de vroegere bruggepensioneerden)

Het BCG heeft een algemene toelating voor vrijwilligers die uitkeringsgerechtigd zijn dwz dat vrijwilligers die een uitkering krijgen geen individuele aangifte moeten indienen (C45B) bij de RVA.

Belangrijke opmerking:
Een toelating om vrijwilligerswerk te cumuleren met werkloosheidsuitkeringen houdt geen enkele vrijstelling in.
De werkloze moet ingeschreven blijven als werkzoekende en beschikbaar blijven dit geldt ook voor degenen die een pup zouden willen opvangen

B. Uitkering ziekenfonds arbeidsongeschikten (ziekte, invaliditeit, zwangerschap)

De adviserende geneesheer moet vaststellen of het vrijwilligerswerk aangepast is aan de gezondheidssituatie van de kandidaat-vrijwilliger. Voor ambtenaren geldt een afzonderlijke regeling.

C. Leefloon

De kandidaat-vrijwilliger moet aan zijn dossierbeheerder melden dat hij vrijwilligerswerk gaat doen.

6. Wederzijdse rechten en plichten

De vrijwilliger heeft recht op informatie over zijn activiteiten, afbakening van zijn werkveld en werktijden, een contactpunt bij conflictsituaties, over de noodzakelijke uitrusting, recht op aangepaste vorming en bijscholing, en op het discreet omgaan door de organisatie met zijn/haar gegevens . . . ,

De organisatie heeft recht op een correcte deontologische houding van de vrijwilliger m.b.t. het naleven van de onderlinge afspraken, het respecteren van de afbakening van het activiteitsveld, de omgang met ‘derden,…